Zero-emissiezones komen eraan, maar dieselbusjes zijn onverminderd populair

Edward De Groot

Vanaf volgend jaar voeren 29 gemeentes zero-emissiezones in. Busjes en vrachtwagens die CO2 uitstoten worden vanaf 1 januari gefaseerd de (binnen)steden uitgestuurd. Je zou denken dat dat leidt tot een toename van de verkoop van elektrische auto’s. Maar dat blijkt niet het geval.

Sterker: de verkoop van dieselbusjes zit de laatste maanden zelfs in de lift. Terwijl de verkoop van elektrische alternatieven laag blijft.

Een opvallende tendens, al werd die door sommigen wel verwacht. Want nieuwe dieselbusjes die voor 2025 zijn aangeschaft, mogen nog tot 2028 rondrijden.

Belastingvoordeel

Ook de afschaffing van de bpm (belastingvrijstelling van aanschafbelasting) volgend jaar speelt mee. Busjes worden dan gemiddeld 15 tot 20 duizend euro duurder, zegt autodealer Erik van den Bos. “Dus ondernemers willen graag nog even voor die datum een nieuwe dieselversie aanschaffen.”

Op dit moment rijdt krap 2,5 procent van de in totaal ruim 1,1 miljoen busjes elektrisch. Verreweg de meesten daarvan zijn bedrijfswagens. Maandelijks komen er een kleine duizend elektrische busjes bij, blijkt uit cijfers van de RAI Vereniging. Ter vergelijking: voor dieselwagens ligt dat cijfer de voorbije maanden op 6 tot 7 duizend.

‘Hopen op uitstel’

Dat die auto’s binnenkort niet meer welkom zijn in 29 (binnen)steden, maakt ondernemers kennelijk weinig uit. “Ik denk dat de ondernemer ook nog hoopt dat er een aanpassing gaat komen in die datum.”

Ongeveer de helft van de 29 gemeentes voert de zero-emissiezone direct per 1 januari 2025 in. De rest volgt in de jaren daarna. Er zijn ook ondernemers die hun hoop vestigen op allerlei ontheffingen.

Bovendien geldt voor dieselbusjes een overgangsregeling. Bestuurders met een wat oudere Euro 5-motor kunnen nog tot 2027 de stad in; de nieuwste generatie met een Euro 6-motor is nog tot 2028 welkom.

De wirwar van uitzonderingen en ontheffingen maakt dat sommige gemeentes speciale logistiek managers aanstelden. Zij helpen ondernemers met vragen over de nieuwe regels.

Michel Oldenburg doet dat werk in Den Haag, en ziet dat ondernemers weinig haast lijken te hebben met het kopen van elektrische wagens. “We communiceren al vanaf 2018 dat de zones eraan komen. Maar ze doen er relatief weinig mee.”

Te duur en te onhandig

Een voorbeeld van zo’n ondernemer zonder haast is de groente- en fruitgroothandel in Den Haag. Die wil graag overstappen op elektrisch, maar het is voor de ondernemer te duur om dat in één keer te doen. Bovendien moeten de wagens gekoeld worden, waardoor grotere accu’s nodig zijn en er weinig plek voor lading overblijft. De gemeente is coulant en geeft voorlopig een ontheffing.

De regelwijziging geeft veel onrust bij mkb’ers en zzp’ers, ziet Oldenburg. “Die moeten het van kleinere inkomens doen. Voor een aannemer is een bus een werktuig. Als je dan een bus van 50 of 60 duizend euro moet aanschaffen, terwijl je dacht dat je nog drie à vier jaar vooruit kon, dan is dat lastig.”

We zijn allemaal voor een beter milieu, maar het gaat te snel.

winkelier Marion Driessen-Laarhoven

Ook in de binnenstad van Leiden maken winkeliers zich zorgen. Ze vroegen om uitstel bij de gemeente, maar de kans daarop lijkt klein. “We zijn allemaal voor een beter milieu”, zegt Marion Driessen-Laarhoven van de winkeliersvereniging. “Maar het gaat te snel.”

Net als de Haagse groothandel vreest ook Driessen-Laarhoven voor oplopende kosten, bijvoorbeeld wanneer ze een verbouwing wil laten doen. “In de bouw schijnt dat 80 procent van alle elektriciens en loodgieters nog niet voorbereid is op de zero-emissiezone. Gevolg is dat ze niet komen, of dat ze extra kosten doorberekenen aan bewoners of winkeliers.”

Bron

Lees ook deze artikelen

Ads - Before Footer