Warmtenet goedkoper dan warmtepomp, maar niet voor de burger

Edward De Groot

Aanleg Warmtelinq Rijswijk

NOS Nieuws

  • Rob Koster

    Economieverslaggever

  • Rob Koster

    Economieverslaggever

Wordt het aansluiten op een warmtenet, of toch een warmtepomp op stroom? Maatschappelijk gezien zou het warmtenet op veel plekken het goedkoopst zijn, maar voor een individueel huishouden is dat niet zo. Dat concludeert onderzoeksbureau Berenschot op basis van een steekproef in Den Haag.

De kosten voor de aanleg van warmtenetten komen volledig terecht bij de gebruikers van de stadsverwarming, terwijl bij de versterking van het elektriciteitsnet ieder huishouden in Nederland even veel betaalt. Hoeveel stroom een huishouden verbruikt maakt daarbij niet uit.

De onderzoekers vinden daarom dat de Rijksoverheid de kosten voor aansluiting op een warmtenet moet verlagen. Dat kan voorkomen dat het elektriciteitsnet nog zwaarder belast wordt dan al het geval is, nu meer en meer huishoudens elektrificeren.

Aanleg stokt

Ondanks de lagere maatschappelijke kosten stokt om verschillende redenen de aanleg van warmtenetten. In plaats daarvan worden woningen die van het gas af moeten dan aangesloten op warmtepompen. Dat leidt ertoe dat het elektriciteitsnet in zo’n wijk versterkt moet worden. De kosten van die verzwaring liggen volgens Berenschot zo’n dertig procent hoger dan de aanleg van een warmtenet.

Het onderzoek van Berenschot werd gedaan in opdracht van Energiebeheer Nederland (EBN), Bouwend Nederland, netbeheerder Stedin en de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE).

NVDE-voorzitter Olof van der Gaag vindt dat de overheid een veel groter deel van de kosten voor de aanleg van warmtenetten moet gaan betalen. “Je ziet in Den Haag dat het dertig miljoen euro goedkoper is per jaar voor de maatschappij, maar dat het voor bewoners zo’n honderd euro duurder is per jaar. Dat is natuurlijk niet fair en op die manier gaat het niet werken.”

Volgens de NVDE is het uiteindelijk voor iedereen goedkoper om ook de kosten voor de aanleg van warmtenetten gezamenlijk te dragen.

Warmtenetten gebruiken restwarmte van de industrie of aardwarmte die kilometers diep uit de grond wordt gehaald met gebruik van geothermie. Via pijpleidingen wordt deze warmte naar woonwijken en huizen gebracht.

Woningcorporaties trekken de kar bij die duurzame manier van warmtevoorziening. Dat komt omdat zij in een keer voor honderden of zelfs duizenden woningen de verbouwing kunnen regelen. Particuliere woningbezitters kunnen zich dan vrijwillig bij zo’n warmtenet aansluiten.

In de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht liggen energiebedrijven, gemeente en woningcorporaties overhoop vanwege de toegenomen kosten van warmtenetten. Uit onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat in heel Nederland 90 procent van de plannen voor warmtenetten op dit moment stil ligt.

Vanwege de hoge kosten dreigen ook woningbezitters zich af te keren van warmtenetten en in plaats hiervan een warmtepomp aan te schaffen. Hierdoor wordt de kans dat er nog een warmtenet komt steeds kleiner. Zodra iemand in een warmtepomp heeft geïnvesteerd is aansluiting op een warmtenet immers niet meer aantrekkelijk.

Met behulp van een eenmalige injectie van een miljard euro, probeert minister Jetten voor Klimaat en Energie de ontwikkeling van warmtenetten in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vlot te trekken.

Een nieuwe warmtewet moet ervoor zorgen dat de kosten voor burgers in de toekomst binnen de perken blijven. Tijdens de energiecrisis stegen de prijzen van warmte mee met de gasprijs, tot grote onvrede van mensen die afhankelijk zijn van een warmtenet. Loskoppeling van de gasprijs kan leiden tot grote verschillen in kosten voor huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet.

De nieuwe wet regelt niet alleen ontkoppeling van de gasprijs. De overheid moet een meerderheidsbelang krijgen in de exploitatie van warmtenetten. Dat moet ervoor zorgen dat burgers op lange termijn een redelijke prijs blijven betalen voor warmte.

De wet leidt ook tot minder investeringsbereidheid bij grote energiebedrijven. Van die bedrijven worden grote investeringen gevraagd in warmtenetten terwijl de zeggenschap bij de overheid komt te liggen.

‘Vertrouwen geschaad’

Verhoging van de subsidies alleen is niet genoeg om de problemen met de ontwikkeling van warmtenetten op te lossen, constateert Berenschot. Het vertrouwen van burgers in warmtenetten is geschaad. Huishoudens willen zekerheid dat warmte ook in de toekomst betaalbaar blijft.

Verder moet er een oplossing komen voor de verdeling van de risico’s tussen gemeenten, woningcorporaties en energiebedrijven die elkaar nu de tent uitvechten in de vier grote steden. Daarnaast is er voor de aanleg van warmtenetten net als op veel andere plaatsen een groot gebrek aan goed opgeleid personeel.

Nieuw kabinet wil warmtenetgebruikers helpen

De problemen met de kosten voor huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet krijgen ook aandacht in de plannen van de nieuwe coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB. Het nieuwe kabinet wil meer rekening houden met de kosten van de energietransitie voor lage en middeninkomens en deze groepen beter laten profiteren van subsidies.

“Er wordt specifiek aandacht besteed aan mensen die als gevolg van aansluiting op een warmtenet geconfronteerd worden met een veel hogere energierekening,” zo staat in het hoofdlijnenakkoord.

Bron

Lees ook deze artikelen

Ads - Before Footer