Verdiende lonen in 2023 meer gestegen dan cao-lonen

Edward De Groot

Het CBS berekent niet alleen wat in cao’s aan loonsverhogingen wordt afgesproken, maar ook wat werknemers uiteindelijk bruto betaald krijgen. Daarbij tellen ook de lonen mee van werknemers die niet onder een cao vallen. Een kwart van de werknemers valt niet onder een cao. In 2023 steeg het gemiddelde bruto verdiende uurloon met 7,0 procent. Dat is ruim 1 procent meer dan de cao-loonstijging van 5,9 procent.

Lonen veranderen ook door promotie of wisseling van baan

De werkelijke brutolonen van werknemers veranderen van jaar op jaar niet alleen doordat er in cao’s loonsverhogingen worden afgesproken, maar ook doordat werknemers opklimmen in hun loonschaal, promotie maken of van baan veranderen. Daarnaast werken veranderingen in de samenstelling van de werknemerspopulatie door in de gemiddelde verdiende lonen. Het maakt bijvoorbeeld verschil of een bedrijf veel jongeren in dienst heeft of veel oudere werknemers. Vanwege krapte op de arbeidsmarkt kan verder sprake zijn van beloning boven de cao-loonschalen, om personeel te behouden of binnen te halen, waardoor de gemiddelde verdiende lonen extra stijgen.

Verhoging minimumlonen draagt bij aan stijging

Bij de grote loonstijging in 2023 speelt ook de bijzondere verhoging van de minimumlonen een rol. De minimumlonen waren in 2023 gemiddeld 12,9 procent hoger dan in 2022. Van deze verhoging profiteerden niet alleen de werknemers die tegen het minimumloon betaald worden, maar ook de werknemers die net boven het minimumloon zitten.

Verdiende lonen vanaf 2010 met 33 procent toegenomen

Ook gemeten over een langere periode zijn de verdiende lonen meer toegenomen dan de cao-lonen. Voor de periode 2010-2023 komt de stijging van de verdiende lonen uit op 32,8 procent, terwijl de cao-lonen 30,4 procent toenamen. Ter vergelijking: de inflatie, op basis van de consumentenprijsindex, bedroeg in deze periode 37,7 procent.

Loonstijging blijft achter bij inflatie

De inflatie bedroeg de laatste drie jaar in totaal 17,3 procent. Dat is net zoveel als de totale inflatie in de voorgaande tien jaar. In de periode 2010-2020 gingen lonen en inflatie nog ongeveer gelijk op, maar de laatste jaren niet meer. Tussen 2020 en 2023 zijn de verdiende lonen met 12,6 procent omhooggegaan, de cao-lonen met 11,4 procent. Per saldo gingen de reële lonen de laatste jaren dus omlaag: de verdiende lonen met 4,0 procent, de cao-lonen met 5,0 procent.

Gemiddeld uurloon van vrouwen stijgt het meest

Sinds 2010 zijn de gemiddelde uurlonen van mannen met 30 procent gestegen, terwijl vrouwen er gemiddeld 40 procent op vooruitgingen. In de loop van de tijd is het verschil tussen de gemiddelde uurlonen van mannen en vrouwen dan ook steeds kleiner geworden. Dat is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het steeds hogere opleidingsniveau van vrouwen. In 2023 was het gemiddelde uurloon van vrouwen 12 procent lager dan dat van mannen. In 2010 bedroeg het verschil nog 19 procent.

Leeftijdsgroep met hoogste uurloon verschilt bij mannen en vrouwen

Bij mannen is het gemiddelde uurloon het hoogst voor de werknemers van 50 tot 55 jaar. Bij vrouwen ligt de top bij 40 tot 45 jaar. In 2010 waren bij zowel mannen als vrouwen de uurlonen het hoogst voor de werknemers van 55 tot 60 jaar. In de leeftijdsgroep 40 tot 45 jaar nam het loonverschil tussen vrouwen en mannen het sterkst af, van 19 procent in 2010 naar 9 procent in 2023.

In deze cijfers over de gemiddelde verdiende lonen gaat het om uitkomsten die niet gecorrigeerd zijn voor verschillen in achtergrondkenmerken, zoals leeftijd en opleidingsniveau. Sowieso geldt dat de groep werknemers in 2023 niet dezelfde is als in 2010. Het totaal aantal banen van werknemers nam toe met 1,1 miljoen tot 9,0 miljoen.

Bron

Lees ook deze artikelen

Ads - Before Footer